Arbo-wet
Vanaf 1 januari 2007 geldt de vernieuwde arbowet. In deze wet, de opvolger van de Arbowet 1998, is sprake van nieuwe verantwoordelijkheden voor werkgevers en werknemers ten opzichte van de rol van de overheid. Dat heeft tot gevolg dat een aantal regels op het gebied van de arbeidsomstandigheden (op den duur) verdwijnt. De verhouding tussen verantwoordelijkheden van overheid en sociale partners ziet er als volgt uit.
Verantwoordelijkheden overheid en sociale partners
Het is de taak van de overheid om zo concreet mogelijke voorschriften in de wet te formuleren. Deze voorschriften hebben betrekking op de verschillende risico’s voor gezondheid en veiligheid. Ze kunnen worden beschouwd als beschermingsniveaus voor werknemers die aan deze risico’s blootgesteld worden. Het is tevens de taak van de overheid – de arbeidsinspectie- om er op toe te zien dat bedrijven zich aan deze voorschriften houden.
Het is de taak van werkgevers en werknemers samen om te regelen hoe ze hieraan kunnen voldoen.
Een voorbeeld van een concreet voorschrift is het maximaal toegestane geluidsniveau van 85 decibel.
Voor de maatregelen die ervoor zorgen zorgen dat het geluidsniveau niet hoger uitkomt dan die 85 decibel zijn werkgevers en werknemers verantwoordelijk. Dat betekent dat werkgevers en werknemers zelf meer dan tot nu toe de maatregelen kunnen kiezen die in hun specifieke sector, bedrijfstak of bedrijf hiervoor van belang zijn. Het vastleggen ervan wordt een arbocatalogus genoemd. Deze kan o.a. normen, goede praktijken, handleidingen en technieken bevatten.
Een arbocatalogus kan diverse vormen aannemen, van convenant tot het vastleggen van bepaalde afspraken in de CAO, en kan worden gemaakt op sector-, branche- of bedrijfsniveau.
Voor deze nieuwe manier van werken met de arbowet krijgen sociale partners ongevere drie jaar de tijd. Dan verdwijnen definitief de zogeheten beleidsregels die praktijkregels bevatten voor het bereiken van doelvoorschriften. Daarna bestaat de arboregelgeving nog uit de volgende onderdelen: arbowet, waarin de hoofdlijnen staan met daarnaast de uitwerkingsregels in het arbobesluit en de arboregeling.
Arbeidsinspectie en verdubbeling maximale boetes
De arbeidsinspectie gaat bij haar controlerende taak uit van de verplichtingen in wet- en regelgeving en de invulling daarvan door werkgevers en werknemers in arbocatalogi. Arbocatalogi worden marginaal getoetst. Met name wordt bekeken of ingeval er gewerkt wordt in overeenstemming met de arbocatalogi voldaan wordt aan de doelvoorschriften in de wet.
Bij misstanden heeft de arbeidsinspectie de mogelijkheid boetes op te leggen. Deze zijn ten opzichte van de huidige situatie verdubbeld.
Psycho-sociale belasting
Een tweede wijziging is dat er deels nieuwe onderwerpen in de wet zijn opgenomen met betrekking tot psycho-sociale belasting. Dan hebben we het met name over werkdruk, pesten op het werk, naast de reeds bestaande thema’s sexuele intimidatie alsmede agressie en geweld op het werk. Ondernemingen moeten zich inspannen om dit soort risico’s te voorkomen en daartoe beleid ontwikkelen. In de vorm van een agenda wordt in de regelgeving opgenomen waaraan in het beleid aandacht moet worden gegeven. Uiteraard moeten deze onderwerpen worden opgenomen in de risico-inventarisatie en –evaluatie en in het plan van aanpak dat ondernemingen moeten opstellen over arbeidsomstandigheden
RIE-toets en CAO
In ondernemingen met minder dan 10 werknemers is de toets van de risico-inventarisatie en –evaluatie (RIE) door de arbodienst of arbodeskundige vervallen als gebruik gemaakt wordt van een in de CAO vastgelegd RIE-instrument. Dit instrument moet voordat het deel uitmaakt van de CAO wel getoetst worden door een arbodeskundige. In de vernieuwde arbowet wordt deze regeling uitgebreid tot ondernemingen met maximaal 25 werknemers.
Overleg- en informatiebepalingen: positie van de ondernemingsraad
Het aantal bepalingen met betrekking tot overleg en informatie, met name van belang voor ondernemingsraden en personeelsvertegenwoordigingen, wordt beperkt. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de Wet op de ondernemingsraden voldoende mogelijkheden biedt.
Het gaat om het vervallen van de verplichting tot een schriftelijke jaarlijkse voortgangsrapportage over het plan van aanpak arbeidsomstandigheden en het voorafgaand overleg daarover van de werkgever met de OR/Pvt.
In de nieuwe situatie wordt in de algemene verplichting van de werkgever tot overleg met de ondernemingsraad toegevoegd dat over arbobeleid en de uitvoering daarvan actief informatie wordt gewisseld.
De verplichting tot het instellen van een arbeidsomstandighedenspreekuur komt te vervallen. Wel moet er in de risico-inventarisatie en –evaluatie aandacht worden besteed aan de toegang van werknemers tot een arbodeskundige, welke dan ook; echter over de wijze waarop en de mate waarin moet de OR/Pvt overleg voeren en afspraken maken met de werkgever.
De huidige verplichting van 1 bedrijfshulpverlener per 50 werknemers tot een maximum van 5 per 250 werknemers komt te vervallen. Ook de bedrijfshulpverlening moet meer een kwestie van maatwerk worden. Dat betekent dat er in de risico-inventarisatie en –evaluatie, waarbij de OR betrokken is, aandacht moet worden besteed aan de bedrijfshulpverlening en dat op basis van de risico’s maatregelen moeten worden getroffen.
Werkgevers zijn verplicht ernstige ongevallen direct te melden bij de arbeidsinspectie. Abeidsongevallen moeten gemeld worden als zij de dood, een ziekenhuisopname of blijvend letsel tot gevolg hebben. Dat geldt nu ook voor ziekenhuisopnames die niet direct (binnen 24 uur) maar later dan een dag na het ongeval hebben plaatsgevonden.
Alle ongevallen die leiden tot meer dan drie dagen ziekteverzuim moet de werkgever registreren. De werkgever hoeft de OR/Pvt èn de bedrijfshulpverleners niet meer actief over de melding te informeren. De informatie moet wel ter inzage beschikbaar zijn.
In arbeidsorganisaties met maximaal 25 werknemers mag de werkgever optreden als preventiemedewerker (is tot nu toe 15 werknemers)
Het is duidelijk dat de OR/Pvt alerter moet zijn op zijn rechten en bevoegdheden, die voornamelijk gebaseerd zijn op de Wet op de ondernemingsraden. De ondernemingsraad doet er verstandig aan om een aantal concrete afspraken met de werkgever te maken over de toegang tot een arbodeskundige, de voortgang van het plan van aanpak, de bedrijfshulpverlening en de informatie bij arbeidsongevallen. Ook het attent zijn op het ontvangen van exemplaren van adviezen van de arbodienst of deskundigen aan de werkgever en op het instemmingsrecht met betrekking tot het aanwijzen van een preventiemedewerker (organisatorische en functionele aspecten) is van belang.




